• Onderwijs
  • Leermiddelen

Duaal en alternerend leren 2024-2025: cijfers bevestigen groeiend belang van leren op de werkplek

Een leerling en een oudere mentor buigen zich samen over het werk aan een werkbank in een technisch atelier.

Het Kennisplatform Werk en Sociale Economie publiceerde een nieuwe cijfermatige stand van zaken over duaal en alternerend leren in het schooljaar 2024-2025.

Het rapport brengt in kaart hoe deze leervormen verder evolueren in Vlaanderen en welke rol ondernemingen, opleidingsverstrekkers en sectorale partnerschappen opnemen in de combinatie van leren op school en leren op de werkplek.

Leren in school én onderneming

Duaal en alternerend leren vertrekken vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid: jongeren en cursisten verwerven algemene en beroepsspecifieke competenties zowel bij een opleidingsverstrekker als op een erkende leerwerkplek. Die combinatie maakt het mogelijk om onderwijs sterker te verbinden met concrete beroepscontexten en met de noden van de arbeidsmarkt.

Belangrijkste vaststellingen

De cijfers tonen dat duaal leren een vaste plaats blijft innemen binnen het secundair onderwijs en het volwassenenonderwijs.

De werking van erkende leerwerkplekken blijft cruciaal voor de kwaliteit en schaalbaarheid van het model.

De verdere integratie van vormen van Leren en Werken in duaal leren maakt de evolutie van inschrijvingen en overeenkomsten beleidsmatig relevant.

Sectorale partnerschappen blijven een belangrijke rol spelen in de erkenning van werkplekken, de afstemming met ondernemingen en de ondersteuning van opleidingsverstrekkers.

Waarom dit relevant is voor educatieve uitgevers

Voor educatieve uitgevers is deze evolutie belangrijk. Duaal en alternerend leren vragen om leermiddelen die flexibel inzetbaar zijn, aansluiten bij reële werkprocessen en zowel leerlingen, cursisten, leerkrachten, trajectbegeleiders als mentoren ondersteunen. De leercontext wordt breder dan het klaslokaal alleen: ook de werkplek wordt een omgeving waar leerdoelen zichtbaar, begeleid en geëvalueerd moeten worden.

Dat creëert kansen voor uitgevers om digitale en hybride leermiddelen verder te ontwikkelen: compacte instructiemodules, duidelijke competentiekaders, praktijkgerichte opdrachten, evaluatie-instrumenten en ondersteunend materiaal voor begeleiding op de werkplek. Sterke leermiddelen kunnen zo bijdragen aan meer kwaliteit, betere afstemming en een vlottere samenwerking tussen onderwijs en arbeidsmarkt.

Aandachtspunten voor de komende jaren

Blijvende kwaliteitszorg rond leerwerkplekken en begeleiding.

Duidelijke ondersteuning voor mentoren en trajectbegeleiders.

Leermiddelen die bruikbaar zijn in verschillende leeromgevingen en op verschillende niveaus.

Betere gegevensdeling en monitoring om evoluties in inschrijvingen, overeenkomsten en erkenningen goed op te volgen.

Conclusie

De nieuwe cijfers onderstrepen dat duaal en alternerend leren niet alleen een onderwijsorganisatorische ontwikkeling zijn, maar ook een inhoudelijke uitdaging. Voor educatieve uitgevers ligt er een duidelijke opdracht: leermiddelen ontwikkelen die praktijkgericht, kwaliteitsvol en inzetbaar zijn in de samenwerking tussen school, cursist en onderneming.

Bron: Vlaanderen.be – Kennisplatform Werk en Sociale Economie, “Duaal en alternerend leren in het schooljaar 2024-2025 in cijfers”.