Op 17 maart organiseerde Larcier‑Intersentia een avond rond de digitalisering van de Belgische justitie, naar aanleiding van het witboek van Stanislas van Wassenhove.
De analyse, gesteund door het Rekenhof (januari 2025) en de CEPEJ‑gegevens, is duidelijk: België besteedt met 102,5 euro per inwoner meer dan de Europese mediaan aan justitie, maar blijft steken op een lage ICT‑score van 3,52/10. Er zijn middelen, maar ze leiden niet tot zichtbare resultaten. Het probleem lijkt dus structureel, niet budgettair.
Vier vaststellingen dringen zich op. Het hardnekkige idee dat justitie “bijzonder” is, verlamt vooruitgang. Zonder gestandaardiseerde processen en gestructureerde data is echte digitalisering onmogelijk. Verandering kan bovendien niet top‑down worden opgelegd: magistraten, griffiers en advocaten moeten mee aan tafel zitten. Tot slot legt arrest nr. 149/2025 een fundamentele vraag bloot: wie controleert digitale dossiers? Dat raakt rechtstreeks aan de scheiding der machten. Vijfentwintig jaar na Phénix blijft een inhaalbeweging dringend nodig.